Wanneer je geldzorgen hebt of wilt voorkomen, zul je merken dat de eerste stap altijd en overal hetzelfde is: het opstellen van een budget. Hier zijn meerdere methodes voor, ik heb gekozen voor de 50/30/20-methode. Dit is namelijk een eenvoudige manier om mee te beginnen én om bij te houden. In dit artikel leg ik uit wat de methode inhoudt en hoe die voor mij werkt. 

Hoe werkt de 50/30/20 methode

Als je bent begonnen met budgetteren, heb je als het goed is je maandelijkse inkomsten en uitgaven opgeschreven. Beide lijstjes hebben een totaalbedrag onderaan de streep staan. De volgende stap is om je uitgaven te verdelen in drie categorieën: needs, wants en savings, ofwel noodzakelijke uitgaven, geld voor leuke dingen en sparen. 

Hoeveel ben je per maand kwijt aan noodzakelijke uitgaven? Hoeveel aan leuke dingen en extraatjes en welk bedrag zet je maandelijks opzij om te sparen? Dit gaat overigens allemaal om nettobedragen. Dat is het bedrag dat je overhoudt nadat er belasting van betaald is. Als je klaar bent met categoriseren van je uitgaven, reken je uit hoeveel procent elke categorie is ten opzichte van je netto inkomsten. Als jouw huur of hypotheek precies de helft is van je inkomsten, is dat dus 50%. Is dat een kwart, schrijf je op 25%. Bereken dit percentage dus per categorie. 

De 50%

Onder noodzakelijke uitgaven vallen alle kosten die je maakt om in leven te blijven of te overleven. 

  • Huur/hypotheek;
  • Gas/water/elektriciteit; 
  • Boodschappen; 
  • Vervoer naar je werk/school;
  • Verzekeringen (zorg, inboedel, WA, auto, etc.)

De 30%

Wants zijn leuke dingen. Dus dingen die je niet nodig hebt om te overleven of om in leven te blijven. 

  • Shoppen;
  • Eten bestellen of uit eten;
  • Hobby’s;
  • Gatgets en nieuwe telefoons;
  • Abonnementen (televisie, internet, netflix, spotify,…)
  • Uitjes, weekendjes weg;
  • Huisdecoratie;
  • Make-up;
  • Alles wat je vervangt of bijkoopt terwijl het niet kapot/kwijt/gestolen is;
  • Niet-noodzakelijke verzekeringen (vakantieverzekering e.d.)
  • Etcetera. 

De 20%

20% van je inkomsten zou moeten gaan naar spaargeld, beleggingen en het afbetalen van schulden. Dit is een minimumpercentage, het mag natuurlijk altijd hoger zijn. 

Aandachtspunten

Het kan best lastig zijn om te bepalen wat voor jou een ‘want’ is en wat een ‘need’ is. Technisch gezien is je internetabonnement thuis geen noodzakelijkheid. Je kunt immers overal internetten als je dat zou willen (bieb, school, op je werk, bij vrienden of familie thuis). Als je thuis werkt en je internet voor je werk nodig hebt, dan is het wel een noodzakelijke uitgave, maar dan kan je het ook onder je zakelijke lasten laten vallen en hoeft dat niet speciaal in deze lijst. En als je boodschappen doet, vallen koekjes, chips en snoepjes eigenlijk onder wants en niet onder needs. Het is aan jou om te bepalen bij welke categorie deze dingen horen.

Ideaal gezien houd je je maandelijkse hypotheek/huuruitgaven onder de 25% van de needs. Zo hoef je geen droog brood te eten als je even geen inkomsten hebt of in het geval van een huurverhoging of rentestijging. Lukt het niet om goedkoper te gaan wonen, dan kan je misschien meer gaan verdienen. Als je inkomsten stijgen ten opzichte van je uitgaven kan je zo alsnog aan die 25% komen.

Mijn 50/30/20

Op dit moment heb ik een verdeling van 59/21/20. Mijn huur is helaas veel hoger dan 25%, maar daar kan ik niet op bezuinigen. Ik heb ook redelijk wat verzekeringen, waar ik waarschijnlijk van af kan. Ik reken mijn televisie-, telefoon- en internetabonnement wel mee in dit potje, omdat ik met alles bij dezelfde provider zit  en dan is het splitsen van al die onderdelen nogal veel werk en moeite. Gewoon minder uitgeven is dan makkelijker voor mij. Hetzelfde geldt trouwens voor mijn verzekeringen. Ik zit (behalve mijn zorgverzekering) bij éénzelfde verzekeraar en het wordt voor mij wel heel veel administratie om te zorgen dat niet alle verzekeringen van hetzelfde rekeningnummer afgeschreven worden. Het kan wel, maar in diezelfde tijd dat ik dat aan het regelen ben, kan ik ook manieren vinden om extra inkomsten te genereren of extra werken.

Die ene procent bij 21 komt doordat ik 1% van mijn inkomsten aan goede doelen stort elke maand. Dat is geen need, maar een want, ook al vind ik het wel heel erg belangrijk. Voor leuke dingen heb ik niet meer nodig dan 20%. De ene helft gaat naar mijn hobby’s (voornamelijk mijn huisdieren en een klein deel aan knutselspul) en de andere 10% is voor leuke dingen. Ik betaal hier voornamelijk afhaal/thuisbezorgd en sigaretten van. Die zijn dan wel niet ‘leuk’, maar ze mogen van mij niet uit de vaste lasten komen. 

Het enige wat echt overeenkomt met de 50/30/20-regel is sparen/afbetalen schulden. Dat zit bij mij op 20%. Met een deel ervan ben ik een noodpotje aan het opbouwen en de rest gaat naar het afbetalen van schulden. Binnenkort zijn die schulden afbetaald en kan ik dat extra geld voor beleggingen en mijn pensioen gebruiken.

Doel voor 2019

Mijn budgetdoel voor 2019 is om voor een verdeling van 49/21/30 te gaan, zodat ik 15% in een pensioenfonds kan storten en 15% kan sparen en beleggen. Ik zal dus 10% moeten besparen op mijn noodzakelijke en semi-noodzakelijke uitgaven. Dit moet absoluut goed komen, want ik las een no spend year in. Dus meer verdienen, minder uitgeven en meer sparen!

Wat is jouw budgetregel?

xM.

Titelfoto van Pexels.com

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Share This